Gemeente wil omniverenigingen

In haar nieuwe sportbeleidsplan voor 2012-2016 geeft de gemeente Leeuwarden aan dat zij meer vitale clubs wil door omniverenigingen te stimuleren.

Het eerste speerpunt uit dit beleidsplan houdt in dat verenigingen die bij elkaar op een sportpark zitten gestimuleerd zullen worden om samen te gaan. Een mooi voorbeeld hiervan zijn Nicator, Lions’66 en rugbyclub Great Pier die op Kalverdijkje Zuid samen een complex gaan delen.

Als je dit nog verder zou trekken als Kalverdijkje Zuid dan zouden ook de hockeyclub en de Lacrosseclub hierbij betrokken (moeten) worden. Als de gemeente echt per sportgebied een omnivereniging wil dan komen ook Rood Geel en de korfbalclub hiervoor in aanmerking.

De vraag rijst dan of dit soort verenigingen niet te groot worden, iets wat met scholen de afgelopen jaren ook is gebeurd en niet altijd een goed resultaat tot gevolg heeft in zowel vitaliteit als herkenbaarheid. Niet voor niets gaan veel scholen weer aparte gebouwen instellen voor de verschillende studies om zo het intieme karakter weer te herstellen, in plaats van de ‘schoolfabrieken’.

Een omnisportvereniging is overigens een sportvereniging waar meerdere sporten worden beoefend. Afhankelijk van de structuur in de vereniging opereren de afdelingen als zelfstandige individuele verenigingen of als één gezamenlijke vereniging. Volgens de gemeente draagt een omnisportvereniging bij aan een vitale en levensvatbare vereniging en kan deze (een deel van) de taken van een vereniging combineren. Te denken valt aan een centrale ledenadministratie en inkoop, wat kostenbesparend werkt. Of het bundelen van krachten om vrijwilligers aan te trekken.

Door een omnivereniging kunnen mensen kennis maken met meerdere sporten. Tijdens de beleidsbijeenkomst werd het ideaal genoemd van een gezin dat op zaterdag naar een sportcomplex toegaat waar één gaat hockeyen, een ander gaat voetballen of fitnessen en dat je er dus als geheel gezin kunt recreëren. Daarnaast wordt het belang van maatschappelijke betrokkenheid van de omnivereniging bij de omliggende wijken aangegeven. Zo zou naschoolse opvang gerealiseerd kunnen worden op het sportcomplex.

Parkmanagement

Bij het realiseren van een omnivereniging vormen de sportconcentratiegebieden/sportparken het uitgangspunt, zo stelt de gemeente. Een omnivereniging betekent dus meer samenwerking tussen de verenigingen. Het gaat als het ware om een paraplu waar overstijgende zaken als bijvoorbeeld inkoop en ledenadministratie worden geregeld, met daaronder de verschillende sporttakken c.q. verenigingen.

De samenwerking kan zich verbreden naar onder andere onderwijs- en zorginstellingen, ondernemers en wijkverenigingen. Meer samenwerking wil de gemeente sowieso bij alle sportcomplexen gaan bereiken door het invoeren van parkmanagement.

Een vorm van parkmanagement draait op dit moment op het sportcomplex Nijlân. Hier komen alle verenigingen een aantal malen per jaar bij elkaar onder leiding van bv SPORT. Zaken die spelen op het complex zoals verdeling van de velden, onderhoud van het complex worden hier besproken en worden er onderling afspraken over gemaakt. Het parkmanagement kan gezamenlijk met de inzet van een combinatiefunctionaris een basis vormen voor de ontwikkeling naar een omnivereniging.

Realisatie

Een eerste stap is per sportcomplex in gesprek gaan met de verenigingen over de voor- en nadelen van een omnivereniging. Tegelijkertijd wordt er informatie verzameld over het reilen en zeilen bij bestaande omniverenigingen. Hierbij wordt ook de maatschappelijke invulling door de verenigingen meegenomen. Dit kan bijvoorbeeld door op werkbezoek te gaan. Op basis van deze eerste stap wordt duidelijk op welk sportpark de meeste mogelijkheden zijn voor een omnivereniging en welke vorm vanuit de landelijke ervaring, daar het beste bijpast. Hier kan dan gestart worden met een pilot.

Voor het kunnen neerzetten van een omnivereniging is een aanjager belangrijk. Stel dat er op een sportcomplex meerdere verenigingen een omnivereniging zien zitten. Dan vormt een werkgroep vanuit deze verenigingen de basis voor de ontwikkeling. Zij kunnen ondersteund worden door bijvoorbeeld een uitgebreidere vorm van parkmanagement of begeleiding door een combinatiefunctionaris. Zij kunnen een aanjager in de ontwikkeling van een omnivereniging

zijn of uiteindelijk ook een onderdeel van een omnivereniging vormen.

Hiervoor zijn financiële middelen en menskracht nodig. De komende periode zullen mogelijkheden onderzocht worden. Hierbij wordt gedacht aan mogelijkheden bij sociale zaken van de gemeente Leeuwarden voor inzet van werkzoekenden en inzet stagiaires van verschillende sportopleidingen. Ook kan onderzocht worden of maatschappelijke stages voor het voortgezet en middelbaar onderwijs ingezet kunnen worden. Bijvoorbeeld de inzet van één betaalde kracht gecombineerd met stagiaires, vrijwilligers of maatschappelijke stage. Daarnaast wordt in gesprek gegaan met onder andere het ministerie van VWS, NOC-NSF en zorgverzekeraars om subsidie- en financieringsmogelijkheden in kaart te brengen.

Later meer over dit sportbeleidsplan.