Voetbal(club) een keuze

Een dubbele vraag met in dit bericht niet zozeer de antwoorden maar wel de overwegingen die worden gemaakt, of niet, voor de sport zelf en een club.

De keuze om te gaan voetballen was vroeger sneller gemaakt dan tegenwoordig. Bijna alle jongens gingen min of meer automatisch op voetbal, maar met de uitbreiding van de sportvoorzieningen door de jaren heen is het aanbod van sporten veel groter geworden.

Hierdoor kiezen kinderen veelvuldig een andere sport dan voetbal, om de doodeenvoudige reden dat er een (zeer) ruime keuze is. Vanwege deze reden is ook de instroom van nieuwe leden voor voetbalclubs de afgelopen tien jaren gedaald en zijn clubs gefuseerd of zelfs opgeheven.

Mede door de opkomst van het meisjes- en damesvoetbal zit er weer een stijgende lijn in de ledenaantallen, ook al is dit niet te vergelijken met de cijfers van vroeger. Ook voor meisjes geldt dat zeker zij nog vaak een andere sport kiezen en is bijvoorbeeld hockey nog steeds een geduchte keus ten opzichte van voetbal. Toch staat sinds vorig jaar voetbal ook voor hen op nummer één en beoefenen ongeveer 130.000 meisjes/ dames de voetbalsport in Nederland.

Als vroeger de keuze voor voetbal gemaakt was dan was het vrij normaal om naar de dichtstbijzijnde voetbalclub te gaan en zo ontstonden de buurtclubjes. Toch waren er ook kinderen die iets verder weg hun wedstrijden moesten spelen in verband met de vrij strikte scheiding van voetbalclubs in bijvoorbeeld geloof of achtergrond.

Tegenwoordig wordt de keuze voor een voetbalclub ook vaak gemaakt op basis van afstand. Vele ouders hebben het liefst dat hun kind zo dicht mogelijk bij huis voetbalt, omdat ze dan op een gegeven moment zelf naar de club kunnen fietsen en brengen en halen niet meer nodig is. Een vergelijkend onderzoek naar de verschillende clubs wordt niet of nauwelijks gehouden om zo bijvoorbeeld vast te stellen of hun kind wel bij de club in kwestie past en/ of andersom.

De organisatie van de club, de doelstelling, de omgang met elkaar, de accommodatie, de trainingsmogelijkheden, het ledenaantal en dergelijke zouden van invloed kunnen zijn op de uiteindelijke keuze als men dit relateert aan hun eigen kind. Bepaalde kinderen voelen zich nu eenmaal prettiger bij een club waar men elkaar (allemaal) bij naam kent in plaats van de nummer zoveel te zijn. Weer andere (of dezelfde) kinderen vinden het prettig dat er naast het voetbal ook nog andere nevenactiviteiten in clubverband worden georganiseerd.

Keuzes moeten ook worden gemaakt wanneer de ouders van het desbetreffende kind gescheiden zijn. Vaak wordt de voetbalclub gekozen in de buurt waar het kind de meeste tijd woont, maar als dit (vrij) ver is van zijn tweede adres dan kan het niet alle trainingen/ wedstrijden mee doen. Dit geldt vooral als de tweede ouder het niet eens is met de keuze van de sport en/ of club en het kind niet wil brengen en halen. In dit soort gevallen moet het een enorme frustratie zijn voor het kind dat zijn keuze niet wordt ondersteunt en hij daarom zijn team om de week in de steek moet laten.

Het kiezen voor voetbal en vooral voor een bepaalde club is meer dan je (kind) even aanmelden. Het heeft te maken met plezier, vertrouwen, vooruitzichten en vooral je thuis voelen. Misschien dat ouders en verzorgers de te maken keuzes meer met de kinderen zouden moeten overleggen of zelfs aan hun de keuze zouden moeten laten, nadat ze bijvoorbeeld bij verschillende clubs een proeftraining hebben meegemaakt. Het gaat uiteindelijk om het welzijn van hun kind en het feit dat het zich op zijn plaats en thuis voelt bij zijn club.